Een groot aantal planten in huis en tuin is voor geiten min of meer giftig. Denk nooit dat een geit giftige planten niet eet, het is een kwestie van smakelijkheid of planten al dan niet gegeten worden.

Taxus Baccata (venijnboom)

Hiervan worden vaak heggen aangetroffen. Door veel mensen zal deze heester aanzien worden voor een fijnspar. Er is echter een duidelijk verschil; de naalden van de taxus zijn plat en toegespitst en van de fijnspar rond. Ook de groene kleur van de taxus is donkerder dan die van de fijnspar. De bessen van de taxus zijn scharlaken rood met violette zaden. Naalden, zaden en hout zijn zeer giftig. De rode mantel van de bessen echter niet. Die wordt door de vogels gaarne gegeten. Opname van 100 gram taxus groen veroorzaakt bij geiten na enkele uren de dood door hartverlamming. Kleinere hoeveelheden veroorzaken maag-darmontsteking, waarbij de dood na langere tijd intreedt. Plant daarom als men geiten, schapen, runderen of paarden houdt NOOIT een taxus heg aan.
Wees ook voorzichtig met snoeihout, dit moet verbrand worden. Katten en konijnen schijnen daarentegen ongevoelig te zijn voor deze plant.

Rododendron en Azalea

De bladeren van deze zeer mooie struik met zijn roze of rode bloemen zijn voor geiten bijzonder giftig. Bij opname van een kleine hoeveelheid bladeren ziet met speekseldelen, braken, koliek en bloed-diarree. Tenslotte sufheid en verlamming. Als tegengif kan men sterke thee of aftreksel van berkenbast geven. Rododendrons en azalea's horen daarom ook niet thuis in de omgeving van geiten.

Rhammus Franqula

Ze bloeit het hele jaar door met kleine groene bloempjes en draagt daarna zwarte bessen. Blad, hout en bessen zijn alle drie giftig. Opname hiervan veroorzaakt een maag-darmonste- king, vaak gepaard met bloed-diarree. Voor behandeling kan men inhullende slijmige middelen geven, bijvoorbeeld lijnzaadlijm. Dit kan in niet ernstige gevallen resultaat opleveren.

Buxus (palmboom)

Deze uit klein-azië afkomstige struik wordt in tuinen vaak in diverse vormen gesnoeid. Opname van palmgroen veroorzaakt ook een maag-darmontsteking, verder slingerende gang en bewustzijnsstoornissen met daarna meestal een snelle dood na een krampstadium. Als tegengif kan men tannine geven.

Liguster

Wordt ook vaak als heg aangeplant. Het is in veel geringere mate giftig. Bij vrije opname veroorzaakt het ook maag-darmontsteking.


Gouden regen

Deze mooie plant bevat het grote vergif cytisine dat met de melk wordt uitgescheiden. De melk kan dus vooral voor de lammeren gevaarlijk zijn. Alle delen zijn giftig, maar speciaal de bloemen en de zaden. Opname van 0.5 gram per kg lichaamsgewicht veroorzaakt krampen en dood door verstikking.

Eikels en beukenoten

De eikels, speciaal als ze onrijp zijn, door het hoge tannine gehalte en de beukenoten omdat ze blauwzuur bevatten. De dieren nemen ze echter graag op en daardoor vaak een hoeveelheid die vergiftiging veroorzaakt.

Prunus virginea (vogelkers)

Van deze uit Noord-Amerika ingevoerde boom, komt een gifstof voort waaruit na opname blauwzuur gevormd wordt. Stikstof bemesting, droogte, vorst en bespuiting verhogen het gifstofgehalte. Verlept loof is daarom zeer gevaarlijk.

Robina Pseudo Acacia

Vooral de bast van deze boom bevat verschillende gifstoffen en wel speciaal in de herfst. Deze veroorzaken bij opname een bloedige maag-darmontsteking.

Lupine(lupinus)

Hier moet onderscheid worden gemaakt tussen de gele Lupinus Luteus waarvan het zoete zaad in de veevoeding wordt gebruikt wegens zijn hoog eiwitgehalte. In Roemenië worden trouwens landerijen met deze plant volgezaaid voor de veevoeding. De sierlupinen uit onze tuinen zijn echter giftig. Ook het zaad dat een bijzondere bittere smaak heeft. Deze sierlupinen hebben tijdens de bloei meestal blauwe- of rode bloemen. Gedroogde planten behouden hun giftige eigenschappen. Vergiftigde dieren hebben geen eetlust, zijn suf, later vertonen ze geelzucht en tenslotte verlammingsver- schijnselen.

Klaproos (Papaver)

Het giftigst zijn deze planten gedurende de bloei en in het begin van de zaadvorming. Vergiftiging veroor-zaakt krampaanvallen. In het begin-stadium kan tannine als tegengif gebruikt worden.

Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)

De gifstoffen hieruit beïnvloeden de hartwerking waardoor het hart tot stilstand kan komen. Herkauwers zijn hiervoor minder gevoelig omdat de gifstoffen gedeeltelijk in de pens omgezet worden in onschadelijke verbindingen. Bij vergiftiging ziet men speeksel, koliek en diarree. De hartwerking wordt eerst langzamer, daarna sneller met een onregelmatige pols totdat na een toestand van verdoving de dood intreedt.